Stichting NedSEK

Na een jaar praten was het dan zover: we richten een stichting op. Het kan tenslotte niet zo zijn dat wij alle kosten privé dragen, temeer daar er herhaaldelijk verzoeken om ondersteuning en adviezen aan ons worden gericht.

Ontstaan

Kranen vormen een belangrijk onderdeel van ons technisch- en industrieel erfgoed.
Verticaal transport was van groot belang voor het ontwikkelen van gebouwen met meerdere verdiepingen. Overslag in havens en op andere plaatsen in de transportketen is grotendeels afhankelijk van mechanische overslagfaciliteiten. De bouw van grote technische constructies is ondenkbaar zonder mechanische hijswerktuigen. Schaalvergroting in de bouw van schepen was niet mogelijk zonder de enorme ontwikkelingen in de hijstechniek. In de oudheid maakte men al gebruik van houten hijswerktuigen, al dan niet aangedreven door kaapstanders of handlieren. De ontwikkeling van de hijstechniek is een integraal onderdeel van de industriële revolutie. Zonder kranen zouden onze steden en het verkeer er anders uit hebben gezien. Kranen zijn onmisbare werktuigen voor onze welvaart. Maar het is ook erfgoed dat tot op heden nogal stiefmoederlijk is bedeeld met aandacht van het publiek en de wereld van de monumentenzorg.

Onderzoek naar de geschiedenis en het erfgoed van kranen
Bij havens, scheepswerven fabrieken en in de bouwnijverheid, zijn vele soorten kranen in gebruik geweest en nog steeds in gebruik. Deze kranen vormen veelal een gezichtsbepalend onderdeel van de diverse industrielandschappen, zoals scheepswerven en havens. Zij werden echter zelden als passend in een geheel met ander onroerend erfgoed beschouwd en vallen daarmee tot nu toe buiten het reguliere erfgoedonderzoek.

Een aantal kranen is reeds op verschillende plaatsen behouden, o.a. bij het Maritiemmuseum in Rotterdam, maar een totaal beeld van de geschiedenis van de kraanbouw in Nederland, van de kraantypen, van de fabrikanten, van de wijze van gebruik van kranen en ook van het erfgoed van kranen, ontbreekt tot nu toe. Bruggen, sluizen en gebouwen zijn in de loop van de tijd ruimschoots beschreven, maar de werktuigbouwkundige constructies die daarbij horen echter niet. De Commissie Erfgoed IJzer en Staal (CieEIJS), vallend onder de Vereniging Bouwen met Staal, besloot in 2007 een onderzoek voor te bereiden naar de geschiedenis van de kraanbouw in Nederland, vanaf de oudheid tot circa 1970 (einde van de wederopbouw). Later werd die grens van 1970 beschouwd als een dynamische grens.

De commissie wilde het onderzoek in eerste instantie beperken tot vast opgestelde- en/of railgebonden kranen met een begrensde actieradius, maar dat onderzoek is in de loop van de tijd uitgebreid tot het hele spectrum van de Nederlandse kraanbouw, dus ook niet-rail gebonden kranen en scheeps- en offshore kranen.

De CieEIJS is opgehouden te bestaan, waarna de Projectgroep Kranen het onderzoek zelfstandig als “Het Kranenproject” heeft voortgezet.

Kranen als industrieel erfgoed
Kranen komen in het algemeen voor in, aan, bij en om gebouwen en civiele constructies. Ze vormen een erfgoed ensemble. In een aantal gevallen zullen deze kranen reeds tot het erfgoed behoren. Dit heeft zijn invloed op de waardestelling: Kranen functioneel of statisch in hun originele omgeving ontlenen hun (historische) waarde mede aan de relatie met gebouwen, constructies of gewoon van de locatie.

De cultuurhistorische waarde van deze kranen zal zowel van de locatie en het gebruik. als aan de plaats in de ontwikkelingsgeschiedenis van de kranenbouw beschreven moeten worden.

Uit recente ervaring blijkt vaak dat ter plaatse veel mensen een sterke emotionele band met hun kraan hebben, al is het alleen maar om het feit dat ze er hun hele leven al tegenaan gekeken hebben, er mee gewerkt hebben. De kranen herinneren aan tijden van opbouw en grote bedrijvigheid. Dit is vaak de aanleiding om tot behoud en restauratie over te gaan. Het is maar zelden dat kranen al zelfstandig Rijks- of gemeentelijke bescherming genieten. Een uitspraak van de Hoge Raad dat rail gebonden hijswerktuigen gerekend moet worden tot onroerend erfgoed, heeft ook betekenis van de positie van het erfgoed van kranen dat nu ook grotendeels kan vallen onder de regelgeving van onroerende monumenten.

Historie heeft met tijd te maken. In de tijd gezien wordt bij onroerend erfgoed veelal een onderscheid gemaakt in constructies van vóór 1940 en van na 1940. Van vóór 1940 zijn hier en daar nog kranen in Nederland te vinden. De geschiedenis van de Nederlandse kraanbouw is zeer de moeite waard gezien de talrijke kraanbouwfirma’s, waarvan er een flink aantal uit de 19e eeuw stammen. Een aantal heeft wereldfaam bereikt.

In de naoorlogse periode wordt 1970, als einde van de Wederopbouwperiode, als een mijlpaal gezien, dit valt bij de havenkranen ongeveer samen met de overschakeling van stukgoedoverslag naar containeroverslag. De technologische ontwikkelingen stond echter niet stil, daarbij kwamen de vele verschuivingen bij de kraanbouw bedrijven, waardoor deze ook na dat jaar zeer interessant is en de periodegrens waar nodig opgerekt is.

Historische ontwikkeling van kranen
Windmolens hadden houten hijswerktuigen en bij de bouw van de middeleeuwse kathedralen waren talloze hijswerktuigen in gebruik . Er zijn in de loop der tijd, ook in Nederland, vele typen kranen ontwikkeld, van een zeer eenvoudige laadmast tot zeer geavanceerde computergestuurde containerkranen. Zo zijn er wandkranen, velocipedekranen, spilkranen, loopkranen, portaalkranen, derrickkranen, draaikranen, wip(of top)kranen, torenkranen, brugkranen, maar ook drijvende kranen, scheepskranen en offshore kranen en kraanbanen met één of meerdere trolleys en mobiele kranen op rups, rail of luchtbanden. Het Kranenproject heeft een voorlopige typologie van het historische kranenerfgoed gemaakt.

De oprichting van de stichting NedSEK
De Nederlandsche Stichting voor het Erfgoed van Kranen NedSEK is een non-profit organisatie. Zij zet de activiteiten van het “Kranenprojekt” voort met betrekking tot de inventarisatie van de Nederlandse Kranenbouw en de cultuurhistorische waardestelling van de nog bestaande kranen. Zij zal door middel van de cultureel-historische waardestelling en adviezen het behoud van het Nederlandse kranenerfgoed ondersteunen. Daarnaast zal zij zich ook gaan richten op het maken van publicaties voor deskundigen- en geïnteresseerden in de kranenbouw.

De doelstellingen van de NedSEK zijn:
1. Het bijdragen aan het behoud van cultuurhistorisch waardevolle kranen door technisch onderzoek, archiefonderzoek en het uitbrengen van advies
2. Het behoud van de kennis van de historische kranenbouw.
3. In stand houden ven een bibliotheek van kranenlectuur en aanverwante boeken of uitgaven.
4. Behoud van nog bestaande archieven van kraanbouwers.
5. Enthousiasmering van jongeren.
6. Uitwisselen van kennis. Het bijhouden van een database van kranen erfgoed en het uitwisselen van kennis via nieuwe media.
7. Studie naar de geschiedenis van de bouw- en ontwikkeling van kranen en andere vormen van verticaal transport in Nederland.
8. Het verspreiden van kennis over het erfgoed en de geschiedenis van kranen in Nederland.
9. Onderzoek naar de mogelijkheid van opleiding van kraanmachinsten van het kranenerfgoed.

De activiteiten van de Stichting:
1. Inventarisatie van erfgoed van kranen en van hun rol in het transportwezen en in de industriële of infrastructurele omgeving.
2. Omschrijven en waardestelling van de (historische) kranen.
3. Inventarisatie van de Kranenbouw in Nederland en het omschrijven van de historie en producten van de Nederlandse kranenbouwers (voortzetting activiteiten van de werkgroep)
4. Advisering en ondersteuning van actie- of belangengroepen bij het behoud van een kraan of ander soort hijswerktuig (voortzetting).
5. Het opdoen van ervaring bij restauratie en hergebruik en het uitwisselen van “best practices”.
6. Bijhouden van de website Het kranenproject of opvolger en het gebruik van “ nieuwe media”.
7. Het uitgeven van eigen publicaties en het publiceren van artikelen in uitgaven van erfgoedverenigingen en andere verwante organisaties t.b.v.:
- Het geven van een zo groot mogelijke bekendheid aan het doel van de Stichting.
- Het uitdragen van opgedane kennis.
- Over gerealiseerde behoud- en restauratie activiteiten.
- Per kranenbouwer of groep verwante kranenbouwers.
- Kraantechniek.
- Samenhang tussen hijstechniek en technische en industriële omgeving: kranen in hun technische en industriële context.
- Historie van de Kranenbouw in Nederland (algemeen overzicht).
- Speciale uitgaven per stad of landstreek.
8. Het (doen) onderhouden van contacten met overheidsinstanties, instellingen, bedrijven en personen, welke voor het doel van de Stichting nuttig, of nodig zijn.
9. Alle andere wettige middelen welke er zijn voor het bereiken van het doel.

De doelgroepen van NedSEK zijn:
1. Eigenaren of andere initiatiefnemers die het kranenerfgoed wensen te behouden.
2. Overheden als eigenaar of monumentenbeschermer.
3. Mensen die zich met de kranenbouw bezig houden of bezig hebben gehouden, de “Vakbroeders”.
4. Huidige kranenbouwers.
5. In erfgoed geïnteresseerden.
6. Een ieder die in techniek is geïnteresseerd.

Sponsoring
Het werk van NedSEK, die geen winstoogmerk heeft, kan mogelijk gemaakt worden door donaties, subsidies, giften en sponsoring.
Mogelijke subsidiegevers en sponsors zijn:
1. De overheid: Monumentensubsidies voor behoud en restauratie
2. Ideële organisaties
3. Instanties of organisaties waaraan advies of steun wordt gegeven.
4. Kraanbouwers en kraangebruikers.
5. Donateurs.

Uit de statuten van NedSEK
Naam en Zetel
Artikel 1
1. De stichting draagt de naam: Nederlandse Stichting Erfgoed Kranen.
2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Bergen (Noord-Holland).

Doel
Artikel 2
1. De stichting heeft ten doel het (doen) beschermen, (doen) behouden en (doen) restaureren van cultuurhistorische (kennis omtrent) waardevolle hijs- en hefwerktuigen (hierna ook te noemen: kranen) in Nederland en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.
2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:
a. het in stand houden en beheren van (kennis met betrekking tot) allerhande kranen in Nederland;
b. het doen van onderzoek naar (historische) kranen en van hun rol in het transportwezen en in de industriële- of infrastructurele omgeving;
c. het (doen) ontwikkelen van restauratieplannen ten behoeve van het behoud en (her)gebruik van kranen;
d. het werven van (financiële) middelen om voormeld doel te bereiken;
e. het daar waar nodig en mogelijk ondersteunen van projecten van partnerorganisaties;
f. het geven en vergaren van informatie, alsmede het geven van lezingen en voorlichtingen; alsmede het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk

Bestuur: samenstelling en wijze van benoemen
Artikel 3
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit een door het bestuur vast te stellen aantal van te minste drie bestuurders.
2. De bestuurders worden benoemd en geschorst door het bestuur. In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen door één persoon worden vervuld.
3. De bestuurders worden benoemd voor een periode van twee jaar. Zij treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een volgens het rooster aftredend bestuurder is onmiddellijk en onbeperkt herbenoembaar. De in een tussentijdse vacature benoemde bestuurder neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd.
4. Ingeval van één of meer vacatures in het bestuur behoudt het bestuur zijn bevoegdheden.
5. De bestuurders ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.
6. Een bestuurder mag niet over het vermogen van de stichting beschikken als ware het zijn eigen vermogen.

Bestuur: taak en bevoegdheden
Artikel 4
1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
2. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen.
3. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
4. Erfstellingen mogen slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.
5. De stichting moet een actueel beleidsplan hebben dat inzicht geeft in de activiteiten, fondsenwerving, beheer en bestedingen van het vermogen van de stichting.

Artikel 9
1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. In ieder geval dient uit de administratie te blijken:
- welke bedragen er aan onkostenvergoeding aan de bestuurders zijn betaald;
- welke kosten die de stichting heeft gemaakt;
- wat de aard en omvang van de inkomsten en het vermogen van de stichting is.
De kosten voor het werven van geld en de beheerskosten moeten in redelijke verhouding staan tot de bestedingen.
3. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en
de staat van baten en lasten van de stichting te maken, op papier te stellen en vast te stellen.
4. Het bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.
5. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de over-brenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
6. De stichting mag niet meer vermogen aanhouden dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van de doelstelling van de stichting.

Ontbinding en vereffening
Artikel 12
1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.
2. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van overeenkomstige toepassing.
3. Een batig liquidatiesaldo dient te worden bestemd ten behoeve van een algemeen nut beogende instelling, met een soortgelijke doelstelling, vast te stellen door het bestuur of de vereffenaars.
4. Na ontbinding geschiedt de vereffening door de bestuurders, tenzij bij het besluit tot ontbinding anderen tot vereffenaars zijn aangewezen.
5. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon.
6. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing

deactegetekend

Het bestuur van de Stichting is samengesteld als volgt:

Voorzitter:
Jur Kingma

Secretaris:
Gerard Jacobs
mail: gjacobs2wxs.nl

Penningmeester:
Helmig Kleerebezem

Bestuurslid:
Giel van Hooff

Bestuurslid:
Ed. Schulte

hetbestuur

De Statuten zijn op 19 februari 2015 verleden bij Notaris H.H. Bulthuis te Hardenberg.

RSIN: 8549.42.087
KvK: 6274390
IBAN: NL53ABNA0620094222

Het Jaarverslag en de Jaarrekening worden na afloop van het jaar hieronder gepubliceerd.

Jaarrekening 2015
Jaarverslag 2015
Jaarverslag 2016
Jaarrekening 2016
Stichting NedSEK Ontstaan